Vandaag hebben we het eerste gesprek gehad voor Robbie met een kinderarts met specialisatie autistische peuters/kleuters.
Ze kan geen diagnose stellen maar ze ziet en weet wel heel veel.
Zoals zij het ziet zit Robbie op het spectrum maar niet ver. Er is namelijk interactie mogelijk, hij kan leren, kan opdrachtjes uitvoeren, hij kan je aankijken. Dit is positief want dat betekent dat we hem kunnen helpen met deze dingen (taal en sociaal) waardoor hij naar een gewone school kan en een gewoon leven kan hebben. Al dan niet met wat moeite hier en daar.
Ze heeft oa. wat spelletjes met hem gedaan. Ze zei daarna dat hij het goed heeft gedaan , er was goede interactie. Ik vroeg: welke interactie? want ik zag niets. Toen zei ze dat dat komt omdat ik vergelijk met een normaal kindje, je moet vergelijken met een autistisch kindje. En daar had ze gelijk in, het was best emotioneel om te zien. Hij is all over the place, brabbelt door je heen, kijkt je niet aan, lijkt alsof hij niet kijkt naar wat je doet en vraagt maar hij doet uiteindelijk wel de juiste ring op de juiste plaats. Ik heb nu al veel geleerd over hoe ik met hem kan spelen.
We gaan ons aanmelden voor psychomotoriek en logopedie, en ook willen we tzt een psycholoog bezoeken voor een officiële diagnose.
Maar voor nu ben ik erg blij met het plan van aanpak.
We blijven ook bij haar voor extra ondersteuning voor Robbie en de administratie. Frankrijk is nog erger dan Nederland: 100 organisaties en niemand werkt samen. Wachtlijsten zijn giga.
Dus, blij 🙂