Mijn werk bestaat tegenwoordig voor een groot deel uit vergaderen. In COVID-tijd was dat vooral online. Ik weet hoe frustrerend mensen dat destijds vonden, maar wat ik heel fijn vond aan die Teams-sessies was dat mensen gedwongen werden tot het hanteren van een bepaalde vergader-etiquette. Om de beurt praten, tussendoor de microfoon uitzetten, heel chill. Nu alles weer live is en de vergaderingen weer op het oude niveau zijn qua frequentie, zijn we de regels weer uit het oog verloren. Men onderbreekt elkaar, fluistert even iets tegen de persoon naast zich terwijl er iemand anders praat, praat met de hand voor de mond omdat ze tegelijkertijd een mandarijntje eten, draait steeds het hoofd weg zodat ze met iedereen aan de tafel oogcontact kunnen maken etc etc. Het is NIET te doen voor mij. Aan het einde van de dag ben ik kapot moe.
The other day ben ik enorm uitgevallen tegen iemand die naast me zat. Als hij het eens was met wat een spreker zei, zei hij steeds 'Ja, ja, klopt, inderdaad'. Waardoor ik steeds onderbrekingen hoorde in wat de spreker zei. Ik vroeg al eens of hij daar mee op wilde houden, zei daarna weer: "Je doet het nog steeds, zou je alsjeblieft stil willen zijn?" De man naast me was echt een lieve schat en zei sorry, maar bleef het maar doen. Leek een onbewust proces te zijn. Maar op den duur had ik het gewoon niet meer. Het was al 15:00 in de middag, ik had er al 6 uur aan overleggen op zitten en was doodmoe en zat met mijn laatste energie te luisteren en dan zit er dus iemand constant te storen. Toen werd ik even héél erg boos. Daarna durfde niemand meer iets te zeggen. Daar voelde ik me dan ook weer lullig over.
Nouja, in ieder geval. Veel van het vergadergedrag dat mij stoort is eigenlijk heel sociaal wenselijk. Met iedereen oogcontact maken, hand voor de mond als je praat met een hapje in je mond, de ander laten weten dat je luistert door 'ja, ja'-te zeggen.
Voel me gewoon een beetje verloren in deze vergadercultuur. En ik spreek op dagelijkse basis iets teveel verschillende mensen om ze stuk voor stuk op te voeden. Nou, dit was mijn klacht. En ik geef dit nog even mee:


