Liekje81
D = duizendtallen
H= honderdtallen
T= tientallen
E=enkele cijfers
Bij de D komt 0 te staan, want 21 past 0x in 3. Het antwoord is dus iets met 100-tallen en niet met 1000-tallen.
21 past 1x in 36. De 1 schrijf je op bij H. Je houdt nu 15 over (36-21) en deze schrijf je in de vakjes daaronder. De 36 is al weg (streep je door), dus je haalt het volgende getal oftewel de 0 naar beneden. Nu staat er 150 (je had namelijk 15 over plus de 0)
21 past 7x in 150. De 7 schrijf je nu op bij T. Je houdt nu 3 over (7x 21=147 en 150-3=147). De 3 schrijf je er nu ook onder. Nu haal je de 9 naar beneden en staat er 39.
21 past 1x in 39. De 1 schrijf je op bij E. Het antwoord is 171.
Je houdt nu alleen 39-21=18 over. Geen idee wat je nog met die 18 moet doen. Of je dan iets achter de komma moet uitrekenen? Ik weet niet hoe dat moet. In principe heb ik het vroeger ook zo geleerd maar die D, H. etc hadden wij niet vroeger.